Informatie voor de Leonberger pupkoper

Op deze pagina willen wij U een indruk geven hoe wij met onze honden omgaan, U onze ervaringen meedelen en misschien een paar tips geven over belangrijke zaken die af en toe door nieuwe honden- eigenaren worden vergeten. Deze tips berusten op onze ervaringen van de afgelopen 30 jaar. Telkens weer komt het voor dat nieuwe Leo vrienden een puppy willen hebben, maar niet weten, hoe ze dat het beste kunnen aanpakken. Op de meeste Leosite’s vind U veel informatie over de herkomst en de geschiedenis van de Leonbergers, maar wij willen U graag helpen de juiste weg te vinden om een puppy te kunnen kopen bij de voor u meest geschikte fokker.

De koop van een Leonberger

Men moet van tevoren er goed over nadenken wat het voor U betekent als U een Leopuppy aanschaft. Goede en uitgebreide informatie is hierbij van essentieel belang. Door een tentoonstelling te bezoeken heeft U b.v. een goede mogelijkheid verschillende fokkers en Leonberger eigenaren te leren kennen. Een goede fokker, is zeer geïnteresseerd zoveel mogelijk van U te weten te komen omdat het voor hem van groot belang is dat zijn puppy een optimaal thuis krijgt met zo veel mogelijk familie contacten, dit betekend dat hij zal toetsen of U ook werkelijk voldoende tijd en ruimte voor het puppy heeft. Zou dit niet het geval zijn dan kan het zomaar gebeuren dat de Leofokker U een ander ras adviseert……………

Zo’n lieve kleine ” Teddybeer ” is natuurlijk zeer aantrekkelijk, maar zal op zeer korte termijn uitgroeien tot een grote, krachtige hond met een schouderhoogte van ca. 80 cm en een gewicht van ca. 70 kg. Hier moet U zeker rekening mee houden. Een goede zaak is het om meerdere fokkers te bezoeken en te vergelijken met elkaar. Het uitkiezen van een fokker is een zeer persoonlijke zaak, wat dan ook van beide kanten overtuigend moet klikken. Beide ” partijen ” zouden een 100% goed gevoel moeten hebben, want het gaat tenslotte niet om een zaak maar om een nieuw familielid. Een goede fokker zal altijd veel waarde hechten aan een levenslang contact en zal regelmatig willen horen hoe het met zijn ” kindje ” gaat. Het is belangrijk dat U een fatsoenlijk koopcontract wordt voorgelegt waarin niet alleen heel duidelijk wordt omschreven wat de rechten en de plichten van de koper zijn, maar ook van de verkoper. Waar we U zeker voor willen waarschuwen is dat U geen overhaaste, onoverwogen beslissingen neemt. Neem rustig de tijd voor meerdere bezoeken aan de desbetreffende fokker en observeerd U alles goed. De fokker zal zich over Uw verantwoordelijksheidsgevoel verheugen. Tenslotte willen we allemaal graag gezonde, lieve, mooie Leonbergers met het juiste karakter, of niet soms ??

Opvoeding

Graag willen wij U nog wat vertellen over onze ervaringen met het opvoeden van een puppy en U natuurlijk een paar tips geven die U als puppykoper best heel goed kunt gebruiken.

De eerste 3 levensweken.

Honden worden altijd blind en doof geboren. De eerste twee levensweken bestaan eigenlijk alleen maar uit zuigen en slapen. Aangeboren bij het puppy is het feit dat hij of zij alleen maar op zoek is naar voeding en een warmtebron. Goed horen en zien begint eigenlijk pas vanaf de 3. levensweek.

3. t/m 8. Levensweek.

Deze fase noemt men ook wel de fase waarin de puppy’s hun geaardheid ontwikkelen. Met de tijd ontwikkelt zich het gehoor en gezichts vermogen. Het puppy leert dat er buiten hem en zijn moeder ook nog andere puppy’s zijn en natuurlijk de fokker. Het puppy leert lopen, rennen en springen. De nieuwsgierigheid is groot en alles wordt besnuffeld en op gekauwd. Het puppy beleefd de positieve en negatieve kanten van het leven. Omdat de meeste puppy’s zonder vader opgroeien moet de opvoeding van de mens, vanaf het begin door de fokker worden overgenomen. Het puppy moet leren wat verboden is, waar zijn grenzen liggen, leren luisteren naar commando’s, waar hij z’n behoefte mag doen, ect. ect. dit alles leert hij in samenspel met het opnemen van voeding, van de fokker. Het puppy heeft nu langzaam een volledig melkgebit en krijgt zijn eerste wormkuren. Aan het einde van de 8. levensweek krijgt hij z’n eerste inenting.

2. t/m de 3. Levensmaand.

Dit is de tijd waarin het puppy naar zijn uiteindelijke familie gaat. Op dit moment overheerst de nieuwsgierigheid nog steeds de angst, het puppy verlangt naar avontuur. Tot het einde van de 3. levensmaand maakt men beter nog geen lange wandelingen. Het beste zoekt U een groot weiland waar geen gevaar dreigt en waar het puppy rustig andere honden en mensen kan ontmoeten. In deze gewenningsfase moet het puppy leren op zijn naam te reageren als men hem roept. Met als beloning een lekkertje, behaalt U het beste resultaat. Het puppy moet leren waar hij z’n behoefte kan doen. Het beste brengt U het puppy, na elke maaltijd en naar elk dutje of als hij onrustig in de kamer begint te snuffelen, direct naar buiten. Wanneer hij op de juiste plaats zijn behoefte heeft gedaan moet U hem uitbundig belonen. In de gewenningsfase moet U het puppy niet straffen wanneer hij zijn behoefte per ongeluk een keer op het tapijt doet, elke vorm van geweld maakt het puppy handschuw en argwanend tegenover U.

3. t/m de 6. Levensmaand.

De eerste melktandjes wisselen voor de grote tanden. Let erop dat het puppy een volwaardig scharengebit krijgt. Voltandig ( 42 tanden ) is Uw puppy ongeveer met 6 maanden. De eerste 6 levensmaanden zijn de belangrijkste maanden uit het hondenleven, wat betreft de voeding, omgeving en opvoeding. Alleen als Uw puppy U volledig vertrouwt kunt U hem goed opvoeden. Om de positieve karakterontwikkeling van Uw hond optimaal te stimuleren moet U absoluut het volgende in acht nemen : Het puppy heeft in elk geval een intensieve familieband nodig, vanzelfsprekend neemt U de puppy zoveel mogelijk overal mee naar toe, ( autorijden, tentoonstelling, winkelpassage, warenhuis, parkeergarage, evenementen, ect. ) en met zoveel mogelijk verschillende, hem nog onbekende situaties te confronteren. Omdat op zijn leeftijd de nieuwsgierigheid nog overheerst, betekend dat geen extra stress voor het puppy, wat wel vele puppyeigenaren denken. Natuurlijk wil het puppy en moet hij nog met veel andere honden spelen. Hierdoor leert hij het omgaan met andere honden zodat de hond op latere leeftijd rustig, zelfverzekerd wordt en in elk geval niet agressief ten opzichte van andere honden is.

6. t/m de 12. Levensmaand.

De opvoeding wordt nu strenger. Bedenkt U zich wel dat de Leonbergerpuppy een laatbloeier is en zijn opvoeding heel consequent, maar zeker met veel beloningen moet worden doorgevoerd. Twijfelachtige hulpmiddelen zoals een hakenhalsband of stroomriem zijn absoluut niet geschikt. Uw puppy moet leren aan de “voet” te lopen, links naast U, zijn hoofd op de hoogte van Uw knie, met een licht doorhangende riem. Elke keer weer moet U zijn hoofd weer op de juiste hoogte brengen en het commando herhalen. Het puppy moet leren juist te gaan staan, op het commando “sta” vooral als U later op een tentoonstelling wild lopen is het belangrijk dat de hond zich van zijn beste en mooiste kant laat zien. Als hij wil gaan zitten schuif dan rustig Uw schoen onder z’n buik en beur hem weer op. Hij moet leren uren alleen te zijn zonder dat hij de hele boel afbreekt. “Zit”, “lig”, “hier”, “los” en “foei” moet hij voor de volle 100% beheersen. De reu wordt langzaam mannelijk, in de 10. levensmaand begint hij met z’n poot op te beuren. Het teefje wordt in deze periode voor het eerst loops. Ze zal karakterveranderingen laten zien, wordt eigenwijs, dikkoppig en tegelijkertijd extreem aanhankelijk. Waarschijnlijk voelt zij zich behoorlijk onprettig en weet vooral de eerste keer niet wat haar overkomt. In de 3 weken loopsheid moet ze zeker aan de riem blijven om te voorkomen dat ze door een ongewilde reu gedekt wordt. De 10. t/m 15 dag zijn de gevaarlijkste dagen.

Over de algemene ontwikkeling en opvoeding van de Leonberger, zou je zoveel kunnen schrijven dat onze computer zou ontploffen. Als U vragen heeft, wendt U zich het beste aan Uw fokker of dierenarts. Ook heel geschikt zijn de erkende puppyscholen waar U met al Uw vragen terecht kunt. Bovendien leert hier het puppy contact op te nemen met zijn soortgenoten.

Voeding

Op bijna geen enkele Leosite vind U informatie over voeding van Leonbergers. Er zijn natuurlijk legio scenario’s betreffende de juiste voeding van de Leonberger en als men 10 dierenartsen en fokkers vraagt krijgt men 10 verschillende antwoorden. In het eerste levensjaar, waarin de hond veel in gewicht toeneemt is de voeding natuurlijk erg belangrijk. Vlees, vitaminen en mineralen zijn zeer belangrijk maar dan wel in de juiste hoeveelheid. Overal waar “te” voor staat is schadelijk, dus zowel teveel als te weinig. Laten we één ding voorop stellen, slecht voer bestaat vandaag de dag niet meer. Als je op een tentoonstelling naar alle aanwezige honden kijkt, dan zien ze er allemaal goed uit en iedere hond heeft een verschillend voedingspatroon dus wat is wijsheid?

Zoekt U, voor uzelf en Uw hond, het beste in overleg met Uw fokker en/of dierenarts, de juiste middenweg en laat U niet leiden door verschillende meningen van mensen die beweren dat Uw puppy te licht of te zwaar zou zijn, ook hier geldt, dat alles wat teveel of te weinig is, is schadelijk voor Uw pup. Al blijft er natuurlijk altijd de vraag wat is teveel of te weinig. Vraag het beste Uw dierenarts. Om U een klein voorbeeld te geven, onze Jerôme was op een gegeven moment 38 kg, één van zijn broers was toen al 45 kg en één van zijn andere broers was toen nog maar 32 kg en allemaal kerngezond. Dit heeft gewoon puur met de opbouw van het gestel en de botten te maken.

De hier onderstaande informatie is van groot belang :

► Na de maaltijd moet de hond absoluut rusten, het liefst zo lang mogelijk want het verteren van voedsel duurt ca. 3 – 4 uur, dit is erg belangrijk omdat anders het gevaar bestaat van een maag omdraaiing, die meestal dodelijk eindigt.

► Fruit mag U rustig voeren, wat hij of zij lust, banaan, appel, peer ect.

► Er moet altijd vers water klaar staan voor de hond.

► Voer geen varkensvlees en ook geen varkens- kippebotten ( die splinteren ). Voor een gekookt of gebraden kip die zorgvuldig ontdaan is van alle botten, zal Uw hond een vreugdesprong maken.

► Probeer de voedingstijden aan te passen aan Uw levensritme. Regelmatigheid is zeer belangrijk.

► Regelmatig ontwormen, minstens 2 maal in het jaar, in het eerste jaar vaker. Vraag Uw dierenarts.

► Het duurt ca. 3 tot 4 jaar voordat de hond zijn eindgewicht bereikt.